Waarom we onhandelbaar zijn tijdens een blessure

Zoals de goede dr. Jekyll transformeerde in het kwade schepsel Hyde, zo maakt een blessure van een fervente sporter een klagend monster dat je niet in huis wenst te hebben. Na een val met haar fiets werd onze lieftallige columniste Joyce plots in de rol van Hyde geduwd. De positivist van weleer werd een emotioneel, explosief vat. Kan een tegengif haar redden?

Ze zeggen wel eens dat voetballers die vallen om hun moeder schreeuwen en wielrenners die tegen de grond gaan om hun fiets roepen. Er is iets van aan. Veel sporters willen wat er ook gebeurt, in staat zijn om te blijven bewegen.

Ik maakte het zelf recent mee. Miscommunicatie met mijn fietsvriendin, onze fietsen haken in mekaar in en plots liggen we tegen het asfalt. Ik merk meteen dat mijn ellenboog en hand niet ok aanvoelen. Mijn vriendin blijkt ongedeerd. Meteen schiet er een arsenaal aan bedenkingen door mijn hoofd. “Breuken of niet? Lang out? Het zal toch niet waar zijn! Lap daar gaat mijn training van vier uur. Mijn fiets. Godverdikke mijn fiets!”

Een auto stopt spontaan om te helpen en ook enkele buurtbewoners komen een kijkje nemen. Terwijl het deksel van de EHBO-kit opengaat, vraag ik “Kijk aub eens naar mijn fiets. Mankeert hij iets?” Die moeten gedacht hebben dat ik zwaar op mijn hoofd ben gevallen. Lig je daar te bloeden, wil je dat de eerste zorgen uitgaan naar je fiets. Het stuur heeft een knak gekregen en mijn wiel staat paraplu, maar met de rem open bolt het nog redelijk.

De automobilist heeft mijn wonden ontsmet en verbonden. “Geraak je thuis? Kan je iemand bellen?” Ik zeg dat ik nog wel naar huis fiets, 30km verder. Dat ik onderweg paar keer moet stoppen van de pijn in mijn hand, neem ik erbij. Mijn training is toch niet helemaal naar de Filistijnen.


Hardnekkig blijven sporten

In het beste geval kan er dus wel nog gesport worden. Wat die val betreft, twee dagen later zit ik al met ingepakte kneuzingen op de fiets. Ik kan nauwelijks een papieren verpakking van een ontsmettingsdoekje openscheuren, laat staan mijn stuur deftig vasthouden. Schakelen of remmen links kan ik niet. Te veel pijn. Onverantwoord, fluistert een klein innerlijk stemmetje, maar dat negeer ik. Ik fiets, dus ik besta!

Toeval of niet, smakt ook mijn buurman dezelfde periode tegen de grond. Die heeft het erger zitten. Tanden kwijt, breuken in het gezicht. Hersenschudding. Zijn vraag aan de dokter: “Alles onder mijn schouders is ok, dus ik mag toch fietsen?”

Zo werkt een sportbrein dus. Onmiddellijk uitvissen of we verder kunnen doen. Un poco loco. De sportmicrobe is een hardnekkig beestje dat het soms van ons gezond verstand overneemt. 

De sportmicrobe is een hardnekkig beestje dat het soms van ons gezond verstand overneemt. 

ZETELMONSTER

Erger wordt het als de blessure te zwaar uitvalt. Zware breuken. Operaties. We willen wel met pijn voortdoen, maar we kunnen niet. Sporters zijn gigantische controlefreaks als het gaat over hun hobby en vrije tijd. En plots is daar zo’n medisch hoge pief in een witte frak die ons gekluisterd houdt aan ons bed of zetel. Weg zelfcontrole.

Laat me je een kijk geven in wat er dan in het duistere brein gebeurt. Ik was zelf al een paar keer langdurig out na een operatie. Al na dag 1 ben ik instant 5 kilo bijgekomen. Denk ik. Na dag 2 knijp ik in denkbeeldige vetkwabben in mijn middel. Bij dag 3 ben ik TV-kijken kotsbeu en snak ik naar de buitenlucht. Ik snak ook naar iedereen in mijn omgeving. Ik heb in jaren niet meer zo lang stilgezeten en er woedt precies een orkaan kracht 5 in mijn binnenste. Mijn energie kan niet weg. En het vreet zich een weg naar buiten via verbale uitbarstingen en boze blikken. Je doet ook de domste suggesties. Of ze geen klikpedaal onder je gips kunnen monteren bijvoorbeeld. En boos worden als ze je erom uitlachen.

GEEN KUDOS

Na een week ben ik zeker dat mijn conditie voor de helft geslonken is. Tot overmaat van ramp is het uiteraard prachtig weer. De beste zonnige dagen sinds lang. Mijn sportvrienden posten gretig foto’s van hun trainingen op facebook, strava en instagram. Ik weiger de foto’s te liken of een kudo te geven. Er komt bezoek over de vloer. Familie die je sust met “Het is maar een hobby, je verdient je boterham toch niet met sporten?” Je wil hun fruitmand in hun mond rammen zodat ze zwijgen.

Het heeft geen zin om je benen te scheren. In je marginale trainingsbroek heeft niemand er last van. Je voelt je oud, dik en vies. De lijnen van je spieren verdwijnen stilaan. Het leven heeft geen zin meer. Niemand houdt van je. Jijzelf al zeker niet. En je partner probeert door gespeelde vrolijkheid tevergeefs je humor te doen kantelen. Het onbegrip stoort je gigantisch. De ruzies stapelen zich op.

En net als je denkt helemaal te verdwijnen in een diep gitzwart gat, is plots eindelijk de blessuretijd voorbij. Het besef dat er nog een lange weg terug naar je topconditie af te leggen is, lijkt van geen benul. Je voelt de zon weer op je snoet tijdens je eerste wandeling. Je groet de koeien op je vaste loopronde. Het lichte gezoem van je wielen op het asfalt is muziek in je oren. Je leeft weer. Je komt thuis en verontschuldigt je voor het monster dat je de afgelopen periode was. 


                                                                                                                   

lees ook

Je voeding aanpassen als je sport: vanaf wanneer en hoe?

Je voeding aanpassen als je sport: vanaf wanneer en hoe?

Voeding

Lachen op de Kale Berg: over doelen stellen en de kracht van onze hersenen

Ik rits mijn oranje 3-seconden-Quechua-tent open. Het blauw van de hemel en het zonlicht lacht me toe. De krekels zijn ook…

Wielrennen Training

MON VENTOUX: ZO MAAK JE DEZE BERG ÉCHT DE JOUWE!

Wat een leuke woordspeling toch, Mon Ventoux: Mijn Ventoux, Mijn Mythische berg. Ben jij aangemeld om hem op 11 september…

Wielrennen Fietsen

Wat kan en mag ik eten en drinken voor, tijdens en na het sporten?

Ben jij iemand die de ene maand heel intensief sport en dan weer wat minder? Omdat het gewoon niet uitkomt met je planning,…

Voeding