Deel 2: Guido Everaert bereidt zich voor op zijn eerste marathon

Het kleinste ‘bobooke’ zorgt voor onrust in mijn kop. Elk lichamelijk ongemak, hoe klein ook, is de voorbode van onheilspellende ziektes, die dood en verderf in zich dragen. Desnoods vind ik de ziekte zelf uit. Ik kan quasi geen enkele medische serie bekijken, want dan begin ik symptomen, syndromen, neuroses en psychoses te herkennen. A volonté, ik heb ze allemaal, of dreig ze te krijgen. Zoals Kennedy ooit zei ‘Ich bin ein Berliner’, kan ik het van de daken schreeuwen ‘Ich bin ein hypochonder!’.

HOOFD, SCHOUDERS, KNIE EN TEEN... TRALALA: DE PIJNTJES VAN HET LOPERSLIJF.

U kunt zich voorstellen wat dat met mij doet, als ik aan het lopen sla. Om te beginnen moet ik er al bij vermelden dat ik niet meteen het supersonische looptempo heb dat velen zich voorstellen bij het regelmatig rennen. Ik loop traag, op hartslag – stel je immers voor dat ik daar al een probleem zou hebben! Dat laat dus ruimschoots tijd toe om alle sensaties, gewaarwordingen en kleine ongemakjes onmiddellijk te registreren, te analyseren en uiteraard te interpreteren als potentieel letaal.

Ik ga daarbij zeer systematisch te werk. Van boven naar beneden en terug en dat gedurende de volledige duur van de training. Beetje hoofdpijn, dat bestaat niet, dat is migraine en zal waarschijnlijk te maken hebben met hoge bloeddruk. Vandaar ook het suizen in mijn oor, dat is geen ongemakkelijke tinnitus, dat is de voorbode van erger! De schouders en de nek staan wat strak, voelen wat stijf? Daar verbeeld ik me zelfs tetanus bij!

Hoor ik daar geen ruis op mijn longen? Allicht verminderde longcapaciteit, door een klaplong of zo, want anders valt het niet te verklaren dat ik zo hijg. En ga zo maar door.

 

 

HET PLAN: EEN MARATHON LOPEN

Nu denkt u waarschijnlijk dat een en ander een bijna nefast gevolg heeft op de trainingsarbeid. Dat ik al die kwaaltjes gebruik en voorwend om vlugger te kunnen stoppen? Niets is minder waar!

Zo had ik het plan opgevat om een marathon te lopen. Een plan dat men niet al te licht mag opvatten, temeer daar veel atletischer, wijzer en goed getrainde mensen mij waarschuwden dat zoiets niet verstandig was, gezien mijn leeftijd en mijn belabberde fysieke conditie.

Dat ik niet helemaal lomp ben, bewijst het feit dat ik tot twee keer toe uitgesteld heb, omdat ik zelf vond dat het er niet echt goed uitzag. Je moet aan zo’n ding plezier beleven, een zekere garantie kunnen inbouwen dat je effectief ook arriveert en liefst ook de schaamte vermijden om na sluitingsuur aan te komen, op een draagberrie of in een ambulance.

Dit jaar zou het dus raak zijn. Enerzijds meer dan 20 kilo gewicht verloren en quasi scrupuleus een schema gevolgd dat mij op zes maand garandeerde dat ik zou aankomen. Geen wereldtijd, niets competitief, gewoon uitlopen.

 

de grote boosdoener

Dat schema volgen ging mij bijzonder goed af. Ik deed wat mijn horloge mij vroeg, ook al schrok ik soms wel. Maar echt onoverkomelijk was het niet. De pijntjes die ik normaal had, die had ik hier ook. Behalve zo ongeveer midden juni… toen was daar de grote boosdoener… pijn aan de knie. De rechterknie. Niks onoverkomelijk, maar ook niet fijn. Niet iets om te negeren.

Dan krijg je dus een ontzettend moeilijke situatie. Mijn collega topsporters zullen zich erin herkennen. Behalve dat die misschien betere medische begeleiding hebben. Wat gedaan? Voortdoen, rusten of behandelen?

Verder trainen leek mij niet meteen verstandig, maar dit was wel de enige garantie die ik had, om op het moment suprême te kunnen schitteren.

Verzorgen en onderzoeken door een dokter was volledig uit den boze. Die mens zou allicht beginnen met het gezond verstand ‘Mijnheer, zet die marathon uit uwe kop! Laat dat aan jonge, fitte mensen over’. Dat wilde ik niet horen, los van het feit dat ik ook niet wilde toegeven dat ik te zwaar was en te oud.

Dus rusten en hopen. Verschrikkelijk is dat! Elke dag sta je op met het idee dat je niets meer voelt, maar gegeven mijn talent om pijn bij mezelf te voelen gebeurde dat dus niet. Elke dag dat je tegen jezelf zegt ‘Vandaag nog even niet’, zie je op de kalender trainingen weggestreept worden. Trainingen die je niet uitvoert, kilometers die je niet loopt, kansen op succes die je wegsmijt.




COMPROMISSEN MET JEZELF

Tergend snel zie je de weken passeren en begin je te twijfelen. En dan beginnen de compromissen met jezelf. Beter een beetje lopen dan niet lopen… Nee, beter nog een beetje rusten en hopen dat het lopen wel zal lukken… Een (melo)drama.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor hele korte trainingen, vijf, zes kilometer, goed gespreid en met een steunverband en veel rust. Van de totale trainingsafstand die ik in juli en augustus moest afleggen, heb ik amper een vierde gelopen. Op een trainingsschema van zes maand, voor een absolute ‘marathon-maagd’ is dat vrij ingrijpend.

Zou ik het halen of niet? 

 


                                                                                                                   

lees ook

Van water tot peddelsport: de kano

Van water tot peddelsport: de kano

Zwemmen

Waarom Emma Wandelt: Vlaanderens Verborgen Pareltjes

Waarom Emma Wandelt: Vlaanderens Verborgen Pareltjes

Wandelen

In vijf stappen herstarten na een sportpauze

De grijze wintermaanden nodigden niet meteen uit om te sporten. Heb je de voorbije maanden jezelf wat laten gaan en ligt…

Training

Het belang van een fietspositie op maat

Doordat we het laatste jaar vooral aangewezen waren buiten te sporten, is Vlaanderen massaal gaan wandelen, fietsen en lopen.…

Fietsen